Nederland laat op zich wachten
Op 12 november moet er duidelijkheid komen over het Belastingplan 2027. De politieke partijen zijn er nog niet uit en er moet worden onderhandeld om voldoende steun te krijgen. De vraag is dan ook of alle plannen op tijd door de politieke molen komen en op 1 januari daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.
Voor burgers en ondernemers betekent dit onzekerheid. Je moet als ondernemer vooruit kunnen kijken, investeringen plannen en weten waar je financieel aan toe bent. Als de spelregels mogelijk veranderen, wordt het lastiger om beslissingen te nemen. Dat geldt niet alleen voor ondernemers, maar ook voor mensen die thuis hun financiële zaken op orde proberen te houden.
En daar beginnen voor mij de problemen. Van burgers en ondernemers wordt verwacht dat ze hun financiën goed regelen, vooruitdenken en verantwoordelijkheid nemen. Maar hoe serieus neemt de politiek diezelfde verantwoordelijkheid wanneer plannen worden gemaakt die vervolgens niet op tijd uitvoerbaar blijken?
Ik krijg steeds vaker het gevoel dat politieke partijen beslissingen nemen vanuit hun eigen ideologie. Het eigen gedachtegoed moet overeind blijven, de verkiezingsbeloften moeten worden waargemaakt en het partijprogramma moet worden uitgevoerd. Maar waar blijft het gezonde verstand? Waar wordt gekeken naar wat financieel haalbaar is, wat praktisch uitvoerbaar is en wat de gevolgen zijn voor de mensen die uiteindelijk de rekening betalen?
Natuurlijk mag een politieke partij idealen hebben. Daar is niets mis mee. Maar een ideaal is nog geen uitvoerbaar plan. En iets willen, betekent niet automatisch dat het ook verstandig is om het op die manier te doen.
Wat ik vroeger leerde
Als klein jongetje stond ik regelmatig met grote ogen naar de etalage van de speelgoedwinkel te kijken. Ik wilde van alles hebben. Playmobil, Technic Lego, radiografisch bestuurbare auto’s, vliegtuigen en helikopters. En natuurlijk die Atari 2600, waarmee je thuis kon gamen. Het liefst had ik alles tegelijk gehad. Maar mijn ouders leerden mij al vroeg dat het leven niet zo werkt.
Je kunt niet uitgeven wat je niet hebt.
Wilde je iets hebben, dan moest je ervoor sparen of ervoor werken. Je kon niet zomaar naar de winkel gaan en verwachten dat je alles meekreeg. En als je het geld niet had, dan had je pech. Dan moest je wachten of accepteren dat je het niet kreeg. Een schuld aangaan doe je niet zomaar.
Dat was de mentaliteit waarmee ik ben opgegroeid. Eerst nadenken, dan kijken wat je kunt betalen en vervolgens je keuzes maken. Geen geld uitgeven dat je niet hebt en zeker geen schulden maken voor spullen die je eigenlijk niet nodig hebt. Een hypotheek voor een huis was een ander verhaal, maar geld lenen om een steeds duurdere auto of andere luxe te kunnen betalen, was niet vanzelfsprekend.
Boter bij de vis. Zo simpel was het.
Die lessen zijn mij altijd bijgebleven. Niet omdat mijn ouders mij alles wilden onthouden, want dat deden ze zeker niet, maar omdat ze mij wilden leren om verstandig met geld om te gaan. Je kunt veel willen in het leven, maar je moet ook kijken naar wat je mogelijkheden zijn. En als je iets niet kunt betalen, dan moet je je afvragen of je het wel moet willen hebben.
Geld moet ergens vandaan komen
Ik heb in mijn leven mensen meegemaakt die financieel in de problemen kwamen en vervolgens keuzes maakten waar ze later veel spijt van kregen. Soms gingen ze liegen, bedriegen of zelfs stelen om hun financiële problemen op te lossen. Dat loste uiteindelijk weinig op en richtte vaak nog veel meer schade aan.
Natuurlijk heeft niet iedereen die in financiële problemen komt daar zelf schuld aan. Het leven kan anders lopen dan je verwacht. Je kunt ziek worden, je werk verliezen of met onverwachte kosten worden geconfronteerd. Maar ook dan blijft de vraag hoe je met de situatie omgaat en welke keuzes je maakt.
Wat mij altijd is bijgebleven, is dat je niet eindeloos kunt doorgaan met uitgeven als het geld er niet is. Uiteindelijk komt er een moment waarop je moet bijsturen. Dat geldt voor mij, voor jou, voor een ondernemer en voor ieder ander die verantwoordelijk is voor zijn eigen financiën.
Maar geldt dat ook voor de overheid?
Twee maten en gewichten
Als werknemer worden belastingen en premies ingehouden. Als ondernemer moet je je administratie bijhouden, aangifte doen en op tijd betalen. Doe je dat niet, dan kun je te maken krijgen met naheffingen, boetes en andere maatregelen.
Dat vinden we normaal. Je hebt je aan de regels te houden en je moet je financiële verplichtingen nakomen.
Maar de overheid maakt zelf ook keuzes. Er wordt bepaald hoeveel geld er naar zorg, onderwijs, defensie, klimaat, sociale voorzieningen en allerlei andere zaken gaat. Politieke partijen hebben daar verschillende ideeën over. Dat hoort bij een democratie.
Alleen lijkt het er soms op dat de ideologie van een partij zwaarder weegt dan de vraag of een plan financieel en praktisch verstandig is.
De ene partij wil meer geld uitgeven aan klimaatmaatregelen, de andere wil de belastingen verlagen. Weer een andere partij wil meer geld naar zorg of sociale voorzieningen. Allemaal hebben ze hun eigen idealen en overtuigingen. Maar die plannen kosten geld en de financiële ruimte is niet onbeperkt.
Wat is mogelijk?
Dan zou je verwachten dat er eerst goed wordt gekeken naar wat er mogelijk is. Wat kunnen we betalen? Is het echt noodzakelijk? Kunnen er dingen wachten? En wat zijn de gevolgen als we vandaag voor het ene kiezen en daardoor morgen minder ruimte hebben voor iets anders?
In plaats daarvan zie ik regelmatig een politieke discussie waarin partijen vooral proberen hun eigen gelijk te halen. De ene partij wil niet toegeven omdat het niet bij haar ideologie past, de andere partij houdt vast aan haar eigen standpunt. En ondertussen wachten burgers en ondernemers op duidelijkheid.
Sinds wanneer is het belangrijker om vast te houden aan een politieke overtuiging dan om te kijken wat in de praktijk verstandig is?
Dat is voor mij de kern van het probleem. Ik verwacht niet dat alle partijen hetzelfde denken of dezelfde keuzes maken. Ik verwacht wel dat ze hun plannen toetsen aan de werkelijkheid en bereid zijn hun standpunt aan te passen wanneer blijkt dat iets niet haalbaar of niet verstandig is.
Gezond verstand zou toch de basis moeten zijn van iedere politieke beslissing?
Wat zou jij thuis doen?
Stel dat ik besluit mijn huis volledig te verbouwen. Ik wil een nieuwe keuken, een nieuwe badkamer, een andere inrichting en de nieuwste technische snufjes. Ook wil ik een uitgebreid beveiligingssysteem en het liefst alles in één keer geregeld hebben.
Dat kan allemaal. Maar er is één probleem: ik moet het wel kunnen betalen.
Als mijn inkomen daarvoor niet toereikend is, heb ik een paar mogelijkheden. Ik kan mijn plannen aanpassen, onderdelen uitstellen, kijken waar ik geld kan besparen of onderzoeken of een lening verantwoord is. Misschien kan ik niet alles krijgen wat ik wil. Dat is dan de realiteit waarmee ik rekening moet houden.
Wat ik niet kan doen, is mijn buren vragen om een deel van hun spaargeld aan mij te geven omdat ik mijn plannen zo graag wil uitvoeren.
Toch vraag ik mij regelmatig af of de politiek voldoende op die manier naar haar eigen plannen kijkt.
Natuurlijk is een overheid niet hetzelfde als een particulier. De overheid heeft publieke taken, ontvangt belastinginkomsten en kan verantwoord lenen om bijvoorbeeld investeringen te doen waarvan de samenleving op langere termijn profiteert. Ik beweer dus niet dat de overheid nooit geld mag lenen.
Maar ook voor de overheid geldt dat geld ergens vandaan moet komen. Een begroting kent grenzen en lenen brengt verplichtingen en rentekosten met zich mee. Geld dat aan het ene wordt uitgegeven, kan niet tegelijkertijd aan iets anders worden besteed.
Dan moet je keuzes maken. En keuzes maken betekent soms ook dat je iets niet doet, iets uitstelt of erkent dat een plan op dit moment niet haalbaar is.
Waarom lijkt dat gezonde verstand in de politiek soms zo ver weg?
Ideologie en de energierekening
Neem de energievoorziening. Ook hier zie ik dat politieke idealen soms botsen met de praktische werkelijkheid.
Ik begrijp dat we moeten nadenken over de toekomst van onze energievoorziening en over de gevolgen van fossiele energie voor het klimaat. Innovatie en verduurzaming zijn belangrijk. Maar tegelijkertijd hebben huishoudens energie nodig, moeten bedrijven kunnen produceren en moet de energievoorziening betrouwbaar en betaalbaar blijven.
Daarom vind ik dat je bij iedere politieke beslissing over energie de volledige rekening moet bekijken. Niet alleen de doelstelling voor over twintig of dertig jaar, maar ook de gevolgen voor vandaag en morgen.
Hoe zorgen we ervoor dat er voldoende energie beschikbaar is? Hoe houden we de kosten beheersbaar? Welke technologieën zijn daadwerkelijk klaar voor grootschalig gebruik en welke hebben nog tijd, investeringen en verdere ontwikkeling nodig? En wat doen we wanneer zon en wind op een bepaald moment onvoldoende energie leveren?
Dat zijn geen vragen waarmee je een energietransitie tegenhoudt. Het zijn vragen die je juist zou moeten stellen als je wilt dat die transitie slaagt.
Wat mij stoort
Wat mij stoort, is wanneer politieke overtuigingen de indruk wekken dat de gewenste uitkomst belangrijker is dan de weg ernaartoe. Alsof het voldoende is om een doel vast te stellen en vervolgens te verwachten dat de werkelijkheid zich daar vanzelf naar voegt.
Maar zo werkt het niet.
We kunnen wel besluiten dat we minder afhankelijk willen worden van fossiele energie, maar we moeten ook zorgen dat er voldoende alternatieven beschikbaar zijn. We kunnen wel ambities vaststellen, maar we moeten ook nadenken over de infrastructuur, de opslag, de leveringszekerheid en de kosten.
En als bepaalde oplossingen nog niet voldoende ontwikkeld zijn, moet je dat durven erkennen. Dan moet je niet alleen vasthouden aan wat ideologisch het beste past, maar ook kijken naar wat op dat moment werkt. Voor mij is dat gezond verstand. Niet alles afwijzen wat nieuw is, maar ook niet alles omarmen omdat het binnen een politieke overtuiging past.
Uiteindelijk gaat het er niet om wie er politiek gelijk krijgt. Het gaat erom of de keuzes die we maken daadwerkelijk bijdragen aan een betrouwbare en betaalbare energievoorziening.
De rekening komt uiteindelijk ergens terecht
Wanneer de overheid meer wil uitgeven dan er binnenkomt, zijn er verschillende mogelijkheden. Er kan worden bezuinigd, er kunnen belastingen worden verhoogd of er kan geld worden geleend. Welke keuze wordt gemaakt, hangt af van de omstandigheden en de politieke afwegingen. Maar geen van die mogelijkheden is gratis.
Bij bezuinigingen kunnen voorzieningen onder druk komen te staan. Hogere belastingen betekenen dat burgers en ondernemers minder geld overhouden. En lenen betekent dat er verplichtingen ontstaan die ook in de toekomst moeten worden gedragen. Daarom vind ik het te gemakkelijk wanneer politieke partijen plannen presenteren zonder voldoende duidelijk te maken wat de gevolgen zijn. Een mooi plan op papier is één ding. De rekening betalen is iets anders.
Voor een ondernemer kan een belastingmaatregel het verschil maken tussen wel of niet investeren. Voor een gezin kan een hogere rekening betekenen dat er minder geld overblijft voor andere zaken. En voor iemand die zijn hele leven probeert verstandig met geld om te gaan, is het moeilijk te begrijpen wanneer de overheid steeds nieuwe plannen maakt en vervolgens bij de burger aanklopt om de rekening te betalen.
Ik zeg niet dat iedere belasting onrechtvaardig is of dat de overheid niets voor haar burgers moet regelen. We leven samen in een land en bepaalde voorzieningen betalen we gezamenlijk. Daar hoort een financiële bijdrage bij.
Maar juist daarom moeten we kritisch kunnen kijken naar de keuzes die worden gemaakt. Is noodzakelijk? Levert het iets op? Wat kost het? En wie draagt uiteindelijk de lasten?
Dat zijn geen onredelijke vragen. Het zijn vragen die iedere burger en iedere ondernemer zichzelf ook moet stellen.
Gezond verstand boven partijbelang
Misschien komt mijn kijk hierop simpelweg voort uit de manier waarop ik ben opgevoed. Ik heb geleerd dat je eerst moet kijken wat je hebt voordat je bepaalt wat je gaat uitgeven. Dat je niet alles kunt hebben en dat je verantwoordelijkheid moet nemen voor je keuzes. Ik heb ook geleerd dat je niet zomaar geld van een ander kunt vragen omdat je zelf iets wilt hebben.
Daarom begrijp ik niet waarom politieke partijen soms zo sterk vasthouden aan hun eigen ideologie, terwijl de praktische gevolgen van hun beslissingen onvoldoende lijken mee te wegen. Een politieke overtuiging mag richting geven, maar zou nooit een reden mogen zijn om de werkelijkheid te negeren.
Ik hoef het niet eens te zijn met iedere beslissing van een kabinet. Dat is ook niet realistisch. Maar ik wil wel kunnen begrijpen waarom een keuze wordt gemaakt en hoe de gevolgen ervan worden afgewogen.
Ik wil zien dat er wordt nagedacht over de financiële haalbaarheid, dat plannen uitvoerbaar zijn en dat de belangen van burgers en ondernemers serieus worden genomen. En als iets niet kan, dan moet een politicus dat ook durven zeggen. Ook wanneer dat betekent dat een verkiezingsbelofte niet volledig kan worden waargemaakt.
Niet links, niet rechts
Dat lijkt mij geen links of rechts verhaal. Dat lijkt mij gezond verstand.
Want uiteindelijk maakt het niet uit vanuit welke politieke ideologie een plan is bedacht. De rekening moet worden betaald en de gevolgen zijn voelbaar in het dagelijks leven van mensen.
Mijn ouders leerden mij dat je niet kunt uitgeven wat je niet hebt. Dat is geen ingewikkelde economische theorie, maar een eenvoudige les in verantwoordelijkheid.
Misschien zou de politiek daar nog eens over moeten nadenken.
Want je kunt nu eenmaal niet uitgeven wat je niet hebt. Behalve als je de overheid bent, zo lijkt het soms. Maar ook dan moet het geld ergens vandaan komen.

No responses yet