Waarom we belasting betalen over vermogen dat we niet bezitten

De overheid werkt toe naar een nieuw box-3 stelsel, gebaseerd op werkelijk rendement. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, mits het wetsvoorstel uiterlijk maart 2026 wordt aangenomen. Maar één ding verandert niet: box 3 blijft een belastingheffing gebaseerd op aannames over rendement en beschikbaarheid.

Wanneer is iets van jou?

Wanneer is iets werkelijk van jou? Op het moment dat het op jouw naam staat, of pas wanneer je er daadwerkelijk over kunt beschikken? Dat verschil lijkt klein, bijna taalkundig. Maar in de praktijk is het fundamenteel. Want wat op papier van jou is, is niet automatisch beschikbaar. En wat niet beschikbaar is, kun je niet gebruiken, niet inzetten, niet uitgeven zonder eerst een stap te zetten.

Toch behandelen we bezit, rendement en vermogen vaak alsof die beschikbaarheid vanzelfsprekend is. Alsof waarde en liquiditeit het zelfde zijn. Dat uitgangspunt  vormt de basis van hoe we denken over spaargeld, beleggingen en belasting. Dit stuk gaat niet over gelijk of ongelijk. Het gaat over onderscheid tussen wat zichtbaar is op papier en wat daadwerkelijk tot je beschikking staat.

Heb je spaargeld, of vertrouw je erop?

In een eerder artikel legde ik uit hoe ons digitale geldsysteem werkt. Hoe fiatgeld ontstaat, hoe giraal geld eigenlijk vooral bestaat als digitale registratie. [Lees terug…]

Nederland heeft ruim 500 miljard euro aan spaartegoeden. Maar als jouw geld op een spaarrekening staat, is dat niet letterlijk jouw geld. Het staat niet apart. Het ligt niet in een kluis met jouw naam erop.

Het is een aantekening in een app of op de website van de bank, in een afgesloten omgeving waar alleen jij toegang toe hebt. Juridisch is spaargeld geen bezit in de letterlijke zin. Je bezit geen geld maar een vordering aan de bank. Een recht op uitbetaling wanneer je daarom vraagt. Maar dat recht is afhankelijk van de beschikbaarheid van de bank, het systeem en uiteindelijk van vertrouwen.

Toch behandelt de fiscus spaargeld alsof het vrij beschikbaar vermogen is. Alsof wat op papier bestaat, automatisch liquiditeit betekent.

Dus de vraag is: heb je dat geld echt? Of vertrouw je erop dat het er is wanneer je het nodig hebt?

Fiscale aannames vs. economische realiteit

De fiscus werkt met aannames. Dat is per definitie niet onredelijk, maar het staat vaak ver af van hoe mensen in het echte leven moeten handelen.

De fiscus veronderstelt dat:

  • Rendement ontstaat
  • Liquiditeit beschikbaar is
  • Onderliggende waarde vrij inzetbaar is

Echter, de economische realiteit werk anders.

  • Een winst die niet is gerealiseerd, is geen inkomen.
  • Een onderliggende waarde die vastzit, is geen vrijheid.
  • Bezittingen zijn geen bezit wanneer je er niet vrij over kunt beschikken.

Een voorbeeld:

Een ingekochte voorraad van een bedrijf met een waarde van € 100.000,00, en verkoop waarde van € 140.000,00 is een ongerealiseerde winst van € 40.000,00. Het is een theoretisch rendement. Het is een verkoopwaarde maar niet beschikbaar. Aldus, in Box-1


Toch gaat het nieuwe box-3 stelsel straks belasting heffen op vergelijkbare theoretische waardestijgingen. Rendement dat niet is verzilverd. Vermogen dat niet vrij is. Waarde die geen liquiditeit vormt.

Daar ontstaat de spanning tussen papier en praktijk.

De vraag is niet of vermogen mag bijdragen. Dat mag! De vraag is: wanneer is iets écht van jou – juridisch, economisch én praktisch?

Zolang die drie niet samenkomen, bestaat er een gat tussen wat de fiscus verwacht en wat een mens kan.

Conclusie: tussen waarde en werkelijkheid

Belasting is op zichzelf geen probleem. Vermogen laten bijdragen is logisch. Maar het nieuwe stelsel, een vermogensaanwasbelasting is economisch oneerlijk en internationaal afwijkend. Waar veel landen belasting heffen op werkelijke vermogenswinst, kiest Nederland voor belasting op verwachte groei. Ook wanneer die groei niet is gerealiseerd. Een buitenbeentje in belastingvorm maar ook qua belastingtarief, zoals ook duidelijk wordt uit het internationale overzicht vermogensrendementsheffing in de EU gemaakt in 2004 door online lifestyle magazine Manners.

Een heffing van 36% op fictief rendement raakt mensen direct. Want:

  • rendement dat je niet ontvangt, kun je niet uitgeven
  • winst die niet is verzilverd, kun je niet gebruiken
  • vermogen dat vastzit in een onderliggende waarde geeft geen vrijheid, alleen verplichtingen

Daarom vraagt het toekomstige Box-3 stelsel om herziening. Niet vanuit weerstand, maar vanuit logica. Economie draait om liquiditeit, timing en toegankelijkheid. Belastingen zouden daarmee in lijn moeten lopen en niet er dwars tegenin. Wanneer iets pas echt van jou is, is geen filosofische kwestie. Het is de basis van iedere investering, elk financieel beleid en elke keuze die we als samenleving maken.

Zolang waarde niet gelijkstaat aan beschikking, blijven we rijk op papier, maar arm in de praktijk.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

No responses yet